THEMA 1 - KLAAR VOOR DE START

Spelling - Hoor- en regelwoorden (de verlengingsregel) Spelling - Werkwoorden (tegenwoordige tijd)
Spelling - Regelwoorden (verenkeling / verdubbeling, oef. 1) Taalschat - Synoniemen en tegenstellingen
Spelling - Regelwoorden (verenkeling / verdubbeling, oef. 2)  

 

THEMA 2 - OVER HET MUURTJE

Spelling - Vrije klinker 'ie' als 'i' geschreven Spelling - Woorden op -ie of -i
Spelling - Woorden als 'fabriek', 'spion', 'kantine'  

 

THEMA 3 - PUUR NATUUR

Spelling - De achtervoegsels -heid en -teit Spelling - De vrije klinker 'e' als ''
Spelling - Woorden op -isch en op -ische  

 

THEMA 4 - JONG EN MINDER JONG

Spelling - Het weglatingsteken Spelling - Meervouden met en zonder weglatingsteken
Spelling - Woorden op vrije klinker waaraan 's wordt toegevoegd  

 

THEMA 5 - KUNSTIG

   

 

THEMA 6 - EEN GOED GEVOEL

Spelling - Herhalingsoefeningen Spelling - Woorden met ei
Spelling - Woorden op -tie  

 

THEMA 7 - ZAPPEN...?

Spelling - Werkwoorden in de tegenwoordige tijd Spelling - Tegenwoordige tijd, verleden tijd, klankverandering
Spelling - Inoefenen persoonsvormen in de tegenwoordige tijd  

 

THEMA 8 - WITTE DUIVEN

Spelling - Hoofdletters  

 

THEMA 9 - OP ONTDEKKING

Spelling - Persoonsvormen in de verleden tijd Spelling - Persoonsvormen in de verleden tijd

 

THEMA 10 - BAAS BOVEN BAAS

Spelling - Persoonsvormen en woorden op 't-klank' Spelling - Woorden met c en k
   

 

THEMA 11 - LEREN VOOR LATER

   

 

THEMA 12 - MEE MET DE MODE?

   

 

THEMA 13 - BOEKENWERK

   

 

THEMA 14 - STA JE MAN ... OF VROUW!

   

 

THEMA 15 - KNUFFELEN

   

 

THEMA 16 - EEN DRAMA

   

 

THEMA 17 - O, ZIT DAT ZO?

   

 

THEMA 18 - HOBBY

   

 

THEMA 19 - OP STAP!

   

 

THEMA 20 - ZALIG IETS DOEN!